De daggekko Lopen over het plafon

Verslagen

Deze pagina is bedoeld als een verzameling van verslagen over daggekko's. Als je zelf een verslag hebt, bijvoorbeeld over het paargedrag van een bepaalde soort, de combinatie met andere reptielen of iets anders dan kan je het e-mailen naar mij.

Klik hier om een e-mail te sturen

De daggekko
Daggekko's of Phelsuma's zijn kleurrijke en dagactieve hagedisjes. Van nature komen ze voor in Madagascar en nog een aantal kleinere eilanden in de Indische Oceaan. De kleinste soorten, bijvoorbeeld Phelsuma klemmeri, worden niet groter dan 9 cm terwijl een grote soort als Phelsuma madagascariensis wel 25 cm groot kan worden.

Daggekko's zijn prima als hobbydier te houden. In een terrarium wat hoger is dan breed komen ze het beste tot hun recht omdat het echte klimmers zijn. Zorg voor een temperatuur van 20 graden onderin tot 30 graden bovenin. Onder de spot mag het wel 35 graden worden. Richt het terrarium in met gladde takken of nog beter: bamboe. Daggekko's hebben namelijk een grote behoefte aan gladde oppervlakten, bij gebrek hieraan gaan ze aan het glas hangen. Plaats ook een bamboepijp horizontaal onder de spot om te zonnen. Enkele bamboepijpen kunnen open worden gelaten voor schuilplaatsen. Plaats groot- en gladbladige (kunst) planten, bijvoorbeeld Sanseveria.

Schuilplaatsen en voldoende ruimte zijn heel belangrijk voor daggekko's. Ze zijn erg territoriaal en daarom kan je nooit meer dan één man in een terrarium houden. Het beste hou je ze in een paartje want ook meerdere vrouwen gaat niet altijd goed. Let goed op of dat je daggekko's elkaar niet achtervolgen en vechten, scheid ze als het te erg wordt maar bedenk dat terugbrengen bij elkaar dan moeilijk zal worden.

Voer je daggekko's met insecten als krekels, (fruit)vliegen en andere insecten. Schud de insecten voor het voeren door een vitamine preparaat. Geef ze eens in de week ook een speciaal voor daggekko's ontwikkeld papje. Ze zijn dol op dit zoete papje en het is heel gezond door de vele toegevoegde vitaminen. Sproei elke dag met de plantenspuit voor de luchtvochtigheid en het drinken van de daggekko's. De druppels likken ze op.

Eitjes worden, per twee, in bijvoorbeeld een bamboepijp of een plantenblad gelegd. Ze komen, afhankelijk van de temperatuur, uit na 40 tot 80 dagen. De jongen moeten elke dag gevoerd worden met fruitvliegen en het daggekko papje. Laat de jonge daggekko's niet bij de ouders, ze kunnen dan opgegeten worden.

Alwin Hylkema
Daggekko Digitaal

Heb je een site over reptielen en wil je het verslag "De daggekko" gebruiken op je site? Dat kan, mits je mijn naam eronder vermeld en een link eronder zet naar deze site!
Top

Lopen over het plafon
Veel hagedissen klimmen, maar slechts een paar hebben speciale structuren ontwikkeld die hen in staat stellen om zonder klauwen tegen gladden oppervlakken op te klimmen. Dergelijke structuren worden aangetroffen bij veel vertegenwoordigers van de familie Gekkonidae, een paar skinken en de iguanide hagedissen van het geslacht Anolis. De tenen van de klimmende gekko's zijn aan de onderzijde bedekt met overlappende plaatjes, zogenaamde hechtlamellen. Elke lamel is bedekt met een veld van setea, microscopische uitsteeksels van de huid. Deze kleine spatelvormige uitsteeksels varieren in lengte van soort tot soort, maar zijn meestal tuusen de 10- en 100 micrometer lang. Als een gekko klimt, komen de verbrede toppen van de setea in heel nauw contact met het oppervlakte en zwakke krachten tussen de moleculen vormen zwakke bindingen tussen beide oppervlakken. Hoewel de krachten die op elke afzonderlijke seta werken heel klein zijn is de totale kracht door het grote aantal setae- per teen meer dan een miljoen setae- verrassend groot. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk setae contact make met het oppervlak, hebben gekko's in de teen een ingewikkeld mechanisme ingebouwd.

Een lamel bevindt zich aan het buitenste deel van een hechtschijfje. Binnen het hechtschijfje loopt een dicht netwerk van bloedvaten. Deze zijn verbonden met een sinus, een klein bloedreservoir onder de beentjes in de teen. De gekko kan dit deel van de bloedsomloop afsluiten van de rest door een reeks kleppen. Als het dier druk uitoefent op de beentjes boven de sinus, komt het bloedvat stelsel onder druk te staan. Hierdoor zetten ze uit en drukken ze tegen de aangrenzende lamellen aan die op hun beurt weer tegen het substraat gedrukt worden. Op deze manier wordt de vorm van het hechtkussentje aangepast aan de onregelmatigheden van het substraat, waardoor het aantal setae dat contact maakt met het oppervlak maakt maximaal is. Pezen in de hechtschijfjes zorgen voor een fijnafstelling, waardoor elk hechtkussentje onafhankelijk van het ander kan bewegen.

Het mechanisme van adhesie geeft problemen als de gekko loopt. Om zijn voet te kunnen optillen, moet het dier de druk op de bloedsinus en het netwerk van bloedvaten weghalen, zodat de zwakke bindingen tussen setae en het oppervlak verbroken worden. Dit wordt bereikt door de ten van de top naar de basis op te rollen, waardoor het bloed de poot wordt ingeperst en de setae van het oppervlak worden losgetrokken. Dit hele proces voltrekt zich bij iedere stap die de gekko zet.

De oorsprong van het adhesieve complex is duister, maar de setae komen in minder ontwikkelde vorm op de huid van alle hagedissen voor. Het klimvermogen van de gekko's heeft zeker bijgedragen aan hun succes in habitats in bomen en op rotsen. Deze vorm van adhesie is vermoeddelijk het effectiefst op harde, gladde oppervlakken waar de klauwen van de hagedis geen houvast krijgen. Oppervlakken van glas wat voor de meeste klimmende dieren toch een uitdaging is, vormen geen enkel probleem voor de gekko's. De basis voor de moleculaire bindingen tussen het substraat en de setae is de grootte van de adhesieve kracht van het substraat. Die wordt oppervlakte-energie genoemd. Zij kan op relatieve wijze gemeten worden door een druppel water op het substraat te laten vallen. Als de druppel uitvloeit, heeft het oppervlak een grote aantrekkingskracht op de watermoleculen en dus een hoge oppervlakte-energie. Als de druppel bolvormig blijft, is de aantrekkende kracht klein en de oppervlakte-energie laag. Glas met zijn relatieve hoge oppervlakte-energie is geen probleem voor een gekko, maar het wasachtige oppervlakte van een blad kan dat wel zijn. De adhesieve mechanismen van andere klimmende hagedissen zijn niet zo uit puttend onderzocht, maar lijken ook niet zo complex. Deze hagedissen zijn ook niet zulke goede klimmers als gekko's.

Bron: Encyclopedie van de reptielen & amfibieen - samengesteld door Dr. Cogger en Dr. Zweifel

Top


Deze pagina is onderdeel van: Daggekko Digitaal